Column

'Courtois is een familieauto met voldoende airbags'

In zijn column heeft James Worthy het uiteraard over keepers. En dan met name over de keepers die we mogen beschouwen als rocksterren. Toch spannender dan het oerdegelijke soort.

We are part of The Trust Project What is it?

Als ik aan doelmannen denk, denk ik aan betrouwbaarheid. Aan degelijkheid, en aan nog veel meer termen die verre van sexy zijn. Bij al mijn favoriete veldspelers zit een steekje los. Het feit dat ze gek durven te zijn, maakt ze geniaal. Hun eigenaardigheden maken ze onvoorspelbaar en voor onvoorspelbaarheid ga je naar het stadion. Doelmannen mogen niet onvoorspelbaar zijn. Ik ben nog nooit voor een doelman naar het stadion gegaan.

In het verleden had ik dit wel kunnen doen. Er was namelijk een tijd dat René Higuita, Jorge Campos en José Luis Chilavert tussen de palen stonden. Hun onbetrouwbaarheid was verfrissend. De nul was niet heilig. Ze waren niet bang om fouten te maken. Nee, ze waren niet bang om de bal uit hun handen te laten glippen en de scherven van hun handelen op te rapen. Ze waren niet bang voor de scherven, ze droegen immers handschoenen.

Deze drie keepers hadden een ander doel. Ze deden alles om in de schijnwerpers te staan. Ze pasten niet in een hokje en ook niet in het doelgebied.

Campos was niet langer dan 1 meter 68 en droeg shirts die schreeuweriger waren dan Amsterdamse marktkoopmannen, maar voor hem ging je naar het stadion. Hij stond niet tussen de palen, de palen stonden naast hem. De palen wilden zijn vriend zijn. En als hij genoeg van de handschoenen had, gaf hij een seintje naar de kant en stond Campos niet veel later in de aanvalslinie. Zijn voeten hielden net zo veel van de bal als zijn handen. En misschien wel meer. Als hij een redding had gemaakt en de bal in zijn handen had, was hij gelukkig. En niet omdat hij een redding had gemaakt, nee, hij was gelukkig omdat hij de bal weer in zijn bezit had.

Deze drie doelmannen waren rocksterren. Het gras was hun podium. De bal hun gitaar. In het moderne voetbal zijn doelmannen meer accountant dan rockster. Neem Thibaut Courtois. De Belg is oerdegelijk. Hij is een familieauto met voldoende airbags. Op hem kun je bouwen. Hij gaat vroeg naar bed en drinkt cassis op zijn verjaardag. Hij doet geen gekke dingen. Thibaut masturbeert alleen in het weekend. En zelfs als hij naar een hoek duikt, blijft hij met beide benen op de grond staan. Als Courtois een portemonnee op straat vindt, brengt hij hem naar het politiebureau. En dat is super, maar je gaat er niet voor naar het stadion.

Higuita was met de portemonnee naar de kroeg gegaan. Of naar een speelgoedwinkel. Hij had trampolines voor een Colombiaans weeshuis gekocht. Of een papegaai voor zijn moeder. Zo was Higuita. Hij was een auto zonder remmen. Een paard zonder teugels. Niemand wist wat hij ging doen. In 1994 was hij niet op tijd fit voor het WK, omdat hij zeven maanden in de gevangenis had gezeten. In die periode van zijn leven kwam hij vaker uit de gevangenis dan uit zijn doel. Een doelman die moet onderduiken, het klinkt als het einde van een slechte mop. Maar dat was Higuita.

Hij was niet bang voor de scherven. Hij had handschoenen aan. 

Deze column van James Worthy is te lezen in FourFourTwo 2/2019. Een editie volledig in het teken van keepers.