Lijstjes

De grootste rivalen in de Champions League

We weten alles van derby’s, landelijke rivaliteit tussen clubs en burenruzies. Maar ook in het miljardenbal van de Champions League zijn er een aantal clubs die in de loop der jaren animositeit onderling hebben opgebouwd. FourFourTwo pikt de grootste Champions League rivalen uit.

We are part of The Trust Project What is it?

Barcelona-Chelsea

Hoogstwaarschijnlijk is de strijd tussen de Catalanen en de Londenaren de meest voor de verbeelding sprekende rivaliteit in het Europese voetbal. De onderlinge ontmoetingen staan altijd bol van de passie, intensiteit en ook verongelijktheid. Na enkele ontmoetingen in de Champions League hing er al snel een spanning rond de wedstrijden die makkelijk de vergelijking met beladen stadsderby’s aankan.

Het begon allemaal in 2005 toen Chelsea Barcelona uitschakelde in een bijzondere ontmoeting in de 1/8e finale. In de heenwedstrijd in Spanje poetste de thuisploeg een achterstand weg om met 2-1 te winnen. In Londen was het anders. Voordat de spelers van Barcelona ook maar een beetje hadden kunnen wennen aan het koude Engelse weer stonden ze 3-0 achter. Een weergaloze Ronaldinho bracht met twee doelpunten (waaronder het legendarische puntertje waarmee hij uitblinker Petr Cech kansloos liet) Barcelona in pole position voor een kwartfinaleplaats. De meeslepende wedstrijd werd in het slot gegooid door John Terry die gracieus Chelsea naar een 4-2 voorsprong, en plaatsing voor de volgende ronde, kopte.

Een jaar later nam Barcelona revanche door nu de sterkste te zijn in de tweestrijd. De ploeg van Frank Rijkaard won op Stamford Bridge met 2-1 door twee eigen doelpunten van Chelsea en een omstreden rode kaart voor Asier del Horno. Vanaf dat moment waren de teams gezworen vijanden. Het was echter niets vergeleken bij 2009 toen de teams wederom tegenover elkaar stonden.

Barcelona was onder Pep Guardiola uitgegroeid tot iedereens favoriet. Het bedwelmende tiki-taka was een onbehoorlijk lust voor het oog. Bij Chelsea was men zoekende. José Mourinho was vertrokken en het gat waar de club inviel werd langzaam gedempt door tussenpaus Guus Hiddink die de ploeg weer aan het voetballen had gekregen. De heenwedstrijd was voor hartpatiënten nog prima te doen (0-0 in Camp Nou) maar de return op Stamford Bridge was een wedstrijd voor de eeuwigheid. Het begon allemaal met een waanzinnige uithaal van Michael Essien die Chelsea op voorsprong bracht.

Vervolgens schreeuwde heel Chelsea vier keer om een strafschop (de ene keer met beduidend meer recht van spreken dan de andere keer) maar de Noorse scheidsrechter Tom Henning Øvrebø weigerde naar de stip te wijzen. In de derde minuut van de blessuretijd schoot Andrés Iniesta naar de finale waarna een klopjacht op de Noorse arbiter begon.

Drie jaar moest Chelsea wachten op genoegdoening. Het was het laatste jaar van Guardiola op de bank bij Barça en het team regeerde met strakke hand het mondiale voetbal. In deze halve finale was het duidelijk dat de favorietenrol bij Barcelona lag en Chelsea voelde zich prettig in de rol van underdog. De 1-0 winst op Engelse grond veranderde daar weinig aan.

Barcelona nam thuis een 2-0 voorsprong en leek op rozen te zitten toen Terry rood kreeg. Ramires beleefde zijn mooiste moment in Chelsea-shirt door op uiterst fraaie wijze de achterstand te verkleinen. Lionel Messi miste een strafschop en Fernando Torres schoot Chelsea definitief naar de finale. In de eindstrijd werd de grote wens van clubeigenaar Roman Abramovich eindelijk waarheid en won Chelsea de Cup met de grote oren. Gek genoeg in een seizoen dat de verwachtingen en hoop op een heel bescheiden pitje stonden.

Afgelopen seizoen was Barcelona de sterkste. Waar Messi in eerdere ontmoetingen tussen de ploegen een kleine rol had, was hij nu de grote man. Eerst door een goal op Stamford Bridge dat een 1-1 eindstand betekende en vervolgens een nog veel grotere rol in het thuisduel dat met 3-0 werd gewonnen. Messi maakte er twee.

Liverpool-Chelsea

Concurrenten zeker maar echt grote rivalen – met intense wedstrijden tot gevolg – waren Chelsea en Liverpool niet echt in de Premier League. Een aantal ontmoetingen in de Champions League veranderde dit. Het komt er op neer dat The Reds er persoonlijk verantwoordelijk voor zijn dat José Mourinho nooit de Champions League heeft gewonnen met The Blues. Iets waar voormalig Liverpool-coach Rafa Benítez bijzonder trots op is.

De coach zat namelijk op de bank tijdens de halve finale van 2005 waar Liverpool doorging na twee doelpunten van Luis García. De laatste met een goal waarvan het dik dertien jaar later - en camerastandpunten uit honderd verschillende hoeken – nog steeds niet duidelijk is of de bal nu wel of niet over de lijn was. Twee jaar later ging Liverpool weer door. Nu na een 1-0 zege voor beide en Liverpool dat de strafschoppen beter nam.

Pas na het ontslag van Mourinho zat Chelsea een keer aan de goede kant van de score. Met Avam Grant als coach in 2008 wonnen de Londenaren de tweestrijd met name door een onhandige eigen goal van Liverpool-verdediger John Arne Riise.

Een jaar later troffen de ploegen elkaar wederom met twee nagelbijters als gevolg. Chelsea verraste Liverpool op Anfield en won met 3-1. Op Stamford Bridge speelde Liverpool met volledige dedicatie en kwam dichtbij een stunt. Nadat de stofwolken iets waren gaan liggen, stond er een 4-4 eindstand op het scorebord. Het wordt weer eens tijd voor een Europees onderonsje tussen deze clubs.

Manchester United-Juventus

Het is van 2003 geleden dat de teams elkaar op het hoogste clubpodium troffen. En dat is jammer als je even terugdenkt aan de geweldige ontmoetingen in de jaren negentig tussen beide clubs. In 1996 en 1997 waren het nog groepduels die uiteindelijk niet het gewicht hadden omdat beide teams overleefden en doorgingen naar de knock-outfase. Het begon vooral in de halve finale van 1998/99. Een ontmoeting die elke Manchester United moeiteloos kan navertellen.

Na de 1-1 op Old Trafford beloofde het een hele lastige opgave te worden. Zeker nadat in de return Pippo Inzaghi al rap twee keer doel had getroffen. Juve was door de volle voorsprong in het eigen Stadio delle Alpi iets te zelfverzekerd geworden en verslapte. Roy Keane, Dwight Yorke en Andy Cole wisten daar wel raad mee en zorgden voor een even verrassende als knappe comeback. Later herhaald in de finale waar ze na een achterstand Bayern München alsnog de Champions League ontnamen.

Juventus heeft nog steeds geen revanche kunnen nemen. De laatste twee ontmoetingen (in de groepsfase van 2002/03) werden allebei gewonnen door United. Als troost haalden de Italianen wel de finale dat seizoen.