Column

James Worthy: "Alle prijzen kunnen me gestolen worden"

Naast Lothar Matthäus hebben we nog een columnist. James Worthy schrijft over voetbal. En dan best vaak over Liverpool. Maar dat nemen we hem niet kwalijk.

We are part of The Trust Project What is it?

Op een winderige maandagavond zie ik Liverpool verliezen en ik voel niets. Ja, ik voel de grond onder mijn voeten bewegen, maar dat komt doordat ik de wedstrijd op een woonboot aan het kijken ben. De woonboot is van vrienden die op vakantie zijn en ze hebben mij de sleutel gegeven met de vraag of ik af en toe naar de planten wil kijken. Een uur geleden keek ik grondig naar de planten en drukte een wijsvinger in alle potten om te kijken of de aarde nog vochtig was.

Vroeger wilde ik dat Liverpool alle prijzen won. En ik zag ze ook alle prijzen winnen. De Champions League, de FA Cup, de UEFA Cup en de League Cup. In 1990 zag ik ze zelfs een keer kampioen worden, maar ik was nog te jong dus die telt niet. Ik zag ze kampioen worden, maar ik voelde het niet. Ik kon het nog niet voelen. Ik zat met mijn hoofd iets te veel bij knikkeren,blaaspijpen en tikkertje spelen. Ik weet nog wel dat Liverpool in dat jaar met 9-0 van Crystal Palace won en dat acht verschillende spelers die dag een doelpunt maakten.

Ik zie Liverpool kansloos van Wolverhampton Wanderers verliezen in de derde ronde van de oudste bekercompetitie ter wereld. En ik voel niets. Ja, blijdschap. Ik ben blij dat mijn team verliest. Soms moet je verliezen om te kunnen blijven winnen. De FA Cup kan me gestolen worden. Eigenlijk kunnen alle prijzen me gestolen worden. Alles wat glinstert en oren heeft laat me koud. Ik wil kampioen worden. Dat is alles. Alles is dat. De beste van Engeland worden. Meer wil ik niet. Ik wil voor het eerst in dertig jaar de beste van Engeland worden.

Om eerlijk te zijn walg ik van mezelf. Van het gevoel dat ik heb. Zelfs de Champions League hoef ik dit jaar niet te winnen. Alles is te min voor me. ik wil die negentiende landstitel. En dan het jaar daarop de twintigste landstitel. Pas dan staan we weer gelijk met Manchester United. Ik wil helemaal niet de beste van de wereld of van Europa zijn, nee, ik wil gewoon meer landstitels dan United in de prijzenkast hebben staan.

Ik denk terug aan 16 mei 2001. De dag dat mijn vader en ik naar Dortmund reden voor de finale van de UEFA Cup. Liverpool-Alavés. Ik denk aan de gelijkmaker van Jordi Cruijff in de 88e minuut en de twee rode kaarten die ervoor zorgden dat de Spanjaarden in de verlenging opeens nog maar met negen mensen op het veld stonden. En ik denk aan Delfí Geli die in de 117e minuut een eigen doelpunt maakte. Zijn eigen goal was een de golden goal. Ik vond dat zo zielig voor die man. Een eigen goal zou nooit de golden goal mogen zijn.

Ik denk vooral aan de terugreis. Onze auto op de autobahn. Ik weet nog dat ik een korte broek droeg. En dat ik mijn autorijdende vader wakker moest blijven zingen. En we waren blij, zo blij. Op dat moment voelde die UEFA Cup als de belangrijkste beker ooit.

Het stormt buiten. De woonboot schommelt hevig. Ik doe mijn ogen dicht en zie het team van Liverpool door de grachten varen. Mijn vader en ik staan buiten te springen op het dak van de woonboot. De landskampioen wordt gehuldigd. Mijn vader en ik springen zo hard dat de woonboot zinkt. We zijn nog nooit zo gelukkig geweest. En de planten nog nooit zo nat. 

In elke editie van FourFourTwo schrijft James Worthy een column. 

Juninho vrije trappen

Topics