Interviews

Frans Hoek: "De keuze voor Jongbloed was een logische"

Voor onze keeperseditie wilden we per se spreken met Frans Hoek. De Volendammer werkte met coaches als Louis van Gaal en Dick Advocaat en nam keepers als Edwin van der Sar, Manuel Neuer en David De Gea onder handen.

We are part of The Trust Project What is it?

Zijn er trend die al opvallend bezig zijn of die we de komende periode mogen verwachten?
“De grootste trend is dat men in de grote competities dus bereid is om veel geld uit te geven voor een keeper die past in de nagestreefde speelwijze. Als je ziet wat Chelsea en Liverpool neerleggen voor een keeper ... Moeiteloos en weloverwogen. Een goed voorbeeld is Manchester City. Zij hadden heel lang Joe Hart als keeper. Pep Guardiola kwam naar de club en die vond Hart niet passen in zijn speelwijze. Dus haalde hij Claudio Bravo. Die paste wel in zijn speelwijze, maar wist uiteindelijk zijn vertrouwde niveau niet te halen. Dus haalden ze wéér een nieuwe keeper. Je moet als keeper een specifieke kwaliteit hebben om bij een bepaalde club te kunnen spelen. De tweede trend is de rol van de keeper in de opbouw. Je zag het eerder bij Barcelona en nu dus bij City. Als je kijkt hoe Ederson bij de laatste opbouwt. Dat is als een speler. Hij kan opvangen, plaatsen en heeft het inzicht om te weten waar de bal heen moet als hij hem krijgt. Het verdedigende werk van de keeper loopt terug in de hoeveelheid acties en de manier waarop men daarmee omgaat is aan het veranderen.”

De vraag die Nederland al vanaf 1974 in zijn greep houdt. Was Oranje wereldkampioen geworden met Jan van Beveren op het doel in plaats van Jan Jongbloed?
“Veel mensen zeggen dat Van Beveren de beste keeper is die Nederland ooit gehad heeft. Voor mij heeft hij in ieder geval de mooiste stijl van Nederland die ik ooit gezien heb. Maar de beste? Ik heb het er ooit met Rinus Michels over gehad. Hij bevestigde wat ik altijd al dacht: voor dat Nederlands elftal was Jongbloed een heel logische keuze. Hij moest namelijk de ruimte achter de verdediging verdedigen. Van Beveren beheerste dat onderdeel niet zo goed. Dat was bij veel keepers het geval. Jongbloed beheerste dat onderdeel als beste in Nederland op dat moment. Die onderschepte vrijwel elke bal die achter de verdediging viel. Dat betekende ook dat de verdedigers verder weg van het doel konden, en vooral durfden, te verdedigen. Daardoor kwam de verdediging een stuk verder op het veld te staan en konden ze dus meer druk op de tegenstander zetten. Zo kon het Nederlands elftal van 1974 het spel spelen dat ze wilden spelen. Zou Van Beveren dat schot van Gerd Müller wel hebben gestopt? Ik denk het wel. Die vaardigheden beheerste hij beter dan Jongbloed. Maar belangrijker is dat ik denk dan Nederland naar alle waarschijnlijkheid de finale nooit had gehaald met een andere type als bijvoorbeeld Van Beveren op doel. Het blijft een hele lastige. Maar ik blijf er wel bij dat ik Rinus Michels begrijp dat met de speelstijl die Nederland toen had, Jongbloed een logische keuze was. Niemand kon mooier zweven dan Van Beveren. Práchtig om te zien. Maar met de kennis van nu, zeg ik: zweven doe je alleen om iets te corrigeren dat je verkeerd gedaan hebt. Als je het goed gezien hebt, loop je namelijk zo naar zo’n bal toe."

Het verhaal van Tim Krul die in de kwartfinale van het WK 2014 tegen Costa Rica kort voor de strafschoppenserie Cillessen verving en de held werd, blijft uniek. Hoek had bondscoach Louis Van Gaal geadviseerd om Krul in te brengen. De rest is geschiedenis. Zijn strafschoppen nu eigenlijk te trainen of te analyseren? Of is het die loterij zoals het altijd genoemd wordt?
“Ik had voor het toernooi met Cillessen, Krul en Vorm gezeten om het over strafschoppen te hebben. Daar kwam uit dat ze eigenlijk alle drie niet veel strafschoppen tegenhielden. De manier hoe ze het deden was dus niet succesvol. Toen zijn we op zoek gegaan naar oplossingen. Als je als keeper met je armen gestrekt staat en je laat je omvallen, dan weet je hoeveel ruimte er nog is tussen jou en de doelpaal. Dat is ongeveer een halve meter – nog zonder afzetten. Dan hebben we het nog niet gehad over een stukje naar voren smokkelen, dan wordt de hoek nog kleiner. We hebben het dus uiteindelijk over een relatief klein gaatje. Op het moment dat jij wacht en de speler wil hem in de hoek schieten waar jij naar reageert, dan moet hij zeer zuiver schieten met een redelijk hoge snelheid. Bij iets minder zuivere schoten en niet snelle heb je dus al een grote kans. Je moet dus anticiperen en daarna reageren. Het is trainbaar en ik geloof erin dat als je wacht, de kans op het stoppen van de strafschop groter is.”

Het volledige interview - waarin hij vertelt over werken met David De Gea, een ambitieus project in Japan en over diverse keeperskwesties - met Frans Hoek is te lezen in de FourFourTwo 2/2019. Een editie volledig in het teken van keepers.